Emoties mogen er zijn

Bij rouw razen de emoties door je heen

Als je verdriet hebt, als je rouwt, kunnen de emoties als razenden door je heen schieten. Verwachte en volkomen onverwachte emoties.  Ze zijn tegenstrijdig aan elkaar, zonder enige logica. Ze komen op en ze gaan ook weer. Je voelt van alles en je voelt niets.

Er kunnen zoveel emoties op je af komen wanneer je te maken krijgt met een verlies. Verdriet uiteraard en woede om de situatie of op de artsen, boosheid op jouw dierbare zelf. Spijt. Schuld ook en schaamte. Heb ik wel genoeg gedaan? Maar ook rust en opluchting. Waar je je vervolgens weer schuldig over voelt.

Emoties hebben een functie

Emoties hebben we niet voor niks. Ze hebben een belangrijke signalerende functie om ons te helpen met overleven. Ze zijn essentieel voor onze gezondheid en welzijn.
Onze hersenen scannen dagelijks een enorme stroom aan informatie en zetten ons bewust en onbewust aan tot actie. Onder meer met emoties: die maken ons duidelijk dat belangrijk is voor ons welzijn. Het lichaam ‘weet’ allang wat er aan de hand is, terwijl we zelf deze sensaties lange tijd kunnen negeren. 

Er zijn vier basisgevoelens: boos, bang, blij en verdrietig. Angst beschermt ons, boosheid verdedigt ons, blijheid laat ons voelen dat we leven, verdriet helpt ons te ontladen. Andere emoties zijn hiervan afgeleide nuances.

Al die emoties

Maar welke emoties zijn er dan allemaal die je kunt ervaren bij rouw?
Hieronder volgt een korte beschrijving. Let wel, dit is zeker geen volledige lijst.

Ongeloof

In eerste instantie is er vaak na de tijding van een overlijden ongeloof zijn. Je gelooft gewoon niet dat je dierbare dood is. Het kan toch niet waar zijn! Je bent verlamd van schrik en zinkt weg in een soort verdoving. Er is alleen een allesoverheersend gevoel van wanhoop. Het leven gaat langs je heen. De wereld draait door, maar jouw leven staat stil.

Je ontkent dat het zo is; Zo jong nog. Altijd gezond geleefd. Deed veel aan sport. Was nooit ziek. Pas nog op controle geweest. Was gewoon lekker op vakantie.  Gisteren nog gezien. We hadden nog zoveel plannen.

Steeds is er die hoop dat het niet waar is. Dat hij zo weer door die deur stapt. Dat zij morgen weer belt of appt. Dat je het allemaal maar gedroomd heb.

Dit is een normale reactie van je geest om je te beschermen tegen de enorme pijn van het ingrijpende verlies. Het besef dat het echt waar is wordt slechts mondjesmaat toegelaten zodat je kunt gaan erkennen dat het echt waar is.

Verdriet

Uiteraard verdriet. Direct na het overlijden is er misschien nog helemaal geen plek voor verdriet. Het kan zo maar zo zijn dat je niets voelt.
En dan stromen de tranen ineens over je wangen, niet te stoppen. Op de gekste, beroerdste, logische en onlogische momenten. Of misschien wel continu.

Of je huilt helemaal niet. Je verbaast jezelf dat je totaal niet kan huilen. Niet toen je het hoorde, niet tijdens de wake, niet tijdens de uitvaart. En ook dat is normaal. Je bent op dat moment nog niet toe aan je verdriet. Dat kan nog komen, of het komt niet.

Of je nu continu, soms of niet huilt, alles is prima.
Door te huilen maak je emoties los en laat je je verdriet gaan. Je verdriet wordt daardoor wat luchtiger. Uiteindelijk zal daardoor het verdriet zachter worden, hanteerbaarder, te overzien. En kan je verdriet er zijn, zonder je te overweldigen.

Pijn

Je kan niets voelen. En tegelijkertijd alles.  Rouw kan daadwerkelijk pijn doen. Pijn, fysieke pijn.  Spierpijn. Pijn in je hart. Uitingen van verdriet in buik of hoofd. Al dat verdriet, huilen en de spanningen die een overlijden met zich mee brengt kan ook voor hoofdpijnen zorgen. Pijn kan je echt overal in het lichaam voelen.

Soms voel je dezelfde pijnen als waaraan je dierbare overleden is. Je ervaart hoofdpijn terwijl je dierbare is overleden aan een hersentumor. Of je dierbare is na een hartaanval overleden waarna jijzelf ook pijn in de hartstreek ervaart. Soms imaginair, soms ook heel reëel. Neem ze zeker serieus.

Het verdriet zelf kan ook pijn doen. Ook een flinke tijd later. De man met de hamer kan zo maar ineens langs komen. En je een flinke dreun verkopen. Misschien heb je het gevoel dat  hij almaar op je in blijft beuken.

Boos

Je kan je heel boos voelen.
Boos dat het gebeurd is. Boos op je dierbare omdat deze niet naar de dokter is gegaan, niet uitgekeken heeft in het verkeer, niet …   Of gewoon boos omdat je alleen achter gelaten bent.

Je kan boos zijn op de artsen die niks konden of pas te laat wat wilde doen. Boos op de verpleegster die niet ‘goed’ voor haar zorgde Of boos op de dader die dronken achter het stuur gekropen is.
Misschien voel je wel boosheid misschien wel omdat je verdriet niet gezien wordt. Om dat de wereld doorgaat en voor jouw gevoel je leven stil staat.

En dat is begrijpelijk. Boosheid en schuld (= op jezelf gerichte woede) zijn natuurlijke reacties op de oneerlijkheid van een verlies.  Je mag je boos voelen. Je mag je boosheid uiten door op een kussen te slaan of een flink eind keihard te gaan rennen. Te schreeuwen of een potje te schelden als je dat oplucht. Het is echter nooit goed als je boosheid agressie wordt gericht op jezelf of anderen. Zoek dan direct deskundige hulp.

Schuld

Je voelt je misschien wel schuldig. Je vraagt jezelf dingen af. Heb ik genoeg gedaan? Had ik die ruzie niet moeten maken? Die discussie op een andere manier moeten beëindigen? Had ik het toen goed moeten maken? Waarom leef ik nog wel en zij niet?
Had ik hem eerder naar de dokter moeten sturen? Had ik maar geen haast gehad, had ik haar maar niet voor een boodschap gestuurd, had ik maar geïnvesteerd in mijn relatie met haar, had ik maar …
Maar de dood is onafwendbaar

Je hebt geen controle (anders dan in geweldsituatie) en je had de gevolgen niet anders kunnen laten uitpakken De schuld ligt over het algemeen  bij niemand in het bijzonder.
De schuld die je mogelijk ervaart is vaak een op jezelf gerichte boosheid. En ergens weet je ook wel dat je er niks aan kon doen. Omdat als je wat had kunnen doen, dat wel had gedaan. Het heeft geen zin jezelf van wat dan ook te beschuldigen.

Het is zoals het is. We kunnen er niks meer aan doen. En wij zouden over het algemeen er ook bar weinig invloed op gehad kunnen hebben. Schuld is vaak ook een vorm van invloed lijken te hebben doordat je jezelf wijs maakt dat je iets had kunnen doen of laten. 

Schaamte

Gevoelens van schaamte kan je ook ervaren. Dat je blij bent dat hij daar ligt en niet jij. Dat jij nog leeft. En dan schaam je je over die gedachten.


Of je twijfelt of je wel liefdevol genoeg geweest? Of je wel vaak genoeg langs geweest? Heb je vaak genoeg gezegd dat ze je lief was? Dat hij veel voor je betekende? En je schaamt je dat je dat wellicht te weinig hebt gedaan.
Je kan je ook schamen dat je bij het overlijden er niet bij was. Dat je juist toen met vakantie was. Of dat je dacht dat je tijdens het waken nog wel heel even weg  kon lopen. Dat je er misschien wel niet bij durfde te zijn en daarom de kamer uitgelopen bent?

Spijt

De gevoelens rondom schaamte en spijt liggen vaak dicht bij elkaar. Gevoelens over wat we nog hadden willen zeggen, willen doen, willen meemaken. Of juist niet.
Spijt hebben dát je net op dat moment tijdens het waken even naar de keuken bent gelopen.

Spijt hebben over de dingen die jullie nog hadden willen doen. Die droom die nu niet in vervulling gaat. Spijt hebben over de dingen die nu niet meer kunnen. Die vragen die je nu nooit meer kan stellen;  over haar jeugd, die ene anekdote, dat ene recept, of hoe hij dacht over …
Spijt ook over gemaakte keuzes: in de behandeling, van tijdstip om naar de dokter te gaan, bij het sterven aanwezig zijn. Een keuze die ook anders had uit kunnen pakken?

Weet dat dit soort gedachten en gevoelens hele normale reacties zijn. Spijt hebben heeft te maken met gedachten rondom ‘het is nooit genoeg’: niet genoeg tijd, meer willen, anders, beter …
Wij mensen gaan vaak uit van een  maakbare wereld. De mens is goed in het denken in de trant van Wat als, stel dat, of had ik maar. Terwijl we vaak helemaal niet zo veel grip hebben als we wel denken en zouden willen..
Overigens kan je in je hart altijd nog het ongezegde zeggen: Ik hou van jou, het spijt me, Ik vergeef jou.

Angst

Je kan je bang voelen. Bang om zelf dood te gaan, hetzelfde te hebben. Zijn die steken die ik voel tekenen dat er ook iets met mijn hart is? Ik voel me zo moe, wat betekent dat? En die druk in mijn hartstreek dan? Toch maar even naar de dokter. Of angst hebben nog meer dierbaren te verliezen.
Ook kan je bang zijn om dood te gaan omdat je je naasten niet nogmaals een overlijden wilt mee laten maken.

Maar ook op allerlei andere vlakken kan je je angstig gaan voelen. Om alleen thuis zijn, alleen op pad te gaan, alleen beslissingen te moeten nemen.

De confrontatie met de dood van zo dichtbij is heftig. Het zorgt ervoor dat we het gevoel hebben nergens meer grip op te hebben. Geen zekerheden. Geen invloed. Dat maakt machteloos en dan kan alles ineens heel beangstigend zijn.
Van de angst voor het onbekende, definitieve. Dat oneindige in tijd na je overlijden. Of de angst om nog meer pijn te ervaren, nog meer verdriet te hebben, nog meer dierbaren te moeten missen. Tot aan angst voor allerlei hele normale dagelijkse dingen.
Geef jezelf de tijd om weer een nieuwe balans te vinden. OM je veerkracht weer te vinden om dingen te gaan doen. En om het leven weer te omarmen.

Eenzaam

Je kan je eenzaam voelen. Je voelt je eenzaam, in de steek gelaten, omdat je dierbare je verlaten heeft. Alleen in je rouw, al ben je nog zo omringd door je lieve familie en vrienden. Je hebt het gevoel dat ze je niet écht begrijpen. De eenzaamheid vliegt naar je keel, zeker als de aandacht en de bezoekjes na verloop van tijd verwateren. Met wie kan je dan nog praten over jouw dierbare?

Je kan je ook alleen voelen omdat je omgeving (en de maatschappij) jouw rouw als ‘minder erg’ bestempelt. Als alle aandacht naar anderen uit gaat. Je voelt je niet gezien in je verdriet. Niet begrepen. En dat kan je weer boos maken. Want hoe zit het met jouw verdriet!?

Doordat de realiteit steeds meer doordringt kan je je machteloos, verdrietig, in de steek gelaten en niet begrepen voelen. Je kan de neiging hebben om je terug te trekken uit het sociale leven en te stoppen met het ondernemen van activiteiten.

Elk verdriet is zo heftig als diegene het zelf ervaart. Het is zeker niet te vergelijken of in waarde aan elkaar af te meten. Je hebt dan ook alle recht om verdrietig te zijn en te rouwen zoals jij doet.
Voor een bepaalde tijd kan alleen zijn (of voelen) goed zijn. Het kan je helpen in het leren leven met verdriet. Duurt die periode echter te lang dan kan het steeds moeilijker worden om die broodnodige verbinding weer te vinden; om ook zo je verhaal te kunnen (blijven) vertellen.
Praten (in welke vorm dan ook) over je verlies, over jouw verhaal, over wat jij voelt is en blijft nodig. In afzondering gaan is dan ook een tussenoplossing, niet dé oplossing.

Onzeker en verward

Er kan ook verwarring ontstaan. Die onzekerheid is logisch. Je wereld staat op z’n kop. Op welke zekerheden kan je nog vertrouwen? Jouw situatie klopt niet met jouw wereldbeeld.
Je hoort een lang, gezond en gelukkig leven te hebben. Niet ziek te worden en dood te gaan.
Je kan je vraagtekens gaan zetten bij de zin van het leven. Ben ik het waard om te leven? Waarom is zij dood en ik niet? Tegelijkertijd kan jouw verlies je het gevoel geven dat ik je moet leven alsof het je laatste dag is.

Er kan ook verwarring ontstaan over waar je nu staat in het geheel. Het voelt misschien en lijkt alsof er een nieuwe rolverdeling is, een nieuwe dynamiek in het gezin bijvoorbeeld. Misschien voel je nu dat je de rol van vader én moeder hebt te vervullen? Of dat je als enige verantwoordelijk bent voor het welzijn van je ouder? Je hebt ineens geen kind meer om voor te zorgen?

Er kan ook onzekerheid ontstaan over wie jij zelf nu bent? Wie ben jij zonder je dierbare? In een relatie neem je stukjes van elkaar over. Bestaat dat nog als je dierbare weg is? Is jullie gezamenlijke hobby nog wel jouw hobby? En welke taken heb jij nu over te nemen? Wil je dat? Kan je dat?

Maar ook voel je wellicht de drang om het gemis voor anderen op te vullen. Dat je sterk moet zijn, en de steun en toeverlaat voor anderen die rouwen. Dat je anderen hebt te troosten, voor te zorgen. Vriendengroepen bij elkaar hebt te houden. Terwijl je je al overspoeld voelt door je eigen verdriet.

Ook hierin zal je weer een nieuw balans moeten zien te vinden. En dat kost tijd. Neem die tijd ook. Wil niet teveel, te snel. Stap je voor stapje. En soms een stapje terug. Geef jezelf die ruimte, gun jezelf die tijd.

Opluchting

Ook kunnen er juist gevoelens van opluchting opkomen. Waar je je dan weer voor schaamt.

Opluchting want er is geen pijn meer, je dierbare is niet meer ziek. Er is geen lijden meer van je liefste die langdurig ziek was. Ook jij hoeft je liefste niet meer te zien lijden.
Je bent opgelucht dat de hulpmiddelen en medische apparaten weer het huis uit zijn. Of dat de kist ‘eindelijk’ dicht is gemaakt of na opbaren thuis weggedragen is. Dat de huiskamer weer huiskamer is.

Opluchting ook omdat er eindelijk duidelijkheid is gekomen in de situatie. Het onzekere, het niet weten wat er ging gebeuren, wanneer het ging gebeuren, was voorbij. Er is nu die zekerheid, want het is gebeurd. Aan het wachten, het eindeloos wachten, is een eind gekomen. Er kan dan een bepaalde rust over je heen komen.

Rust

Een rust kan over je komen omdat je niet meer op en neer naar het ziekenhuis hoeft. Het lijden is voorbij. Rust omdat je geen agenda’s meer op elkaar hoeft af te stemmen. Dat kan rust geven in je agenda en in je hoofd.
En tegelijkertijd was er toen misschien wel ergens nog …hoop. En nu kan je zo’n leeg gevoel ervaren.

Er kan bijvoorbeeld rust over je heen komen dat al het geregel van de uitvaart achter de rug is. Al het bezoek , de drukte van lieve mensen om je heen, is over. Voor je gevoel is alles eindelijk achter de rug. Terwijl het vaak dan pas begint. Het kan zelfs als een zwart gat voelen waar je in terecht komt.

Het verlies en de pijn zijn echter niet weg. Van lieverlee merk je dat de wereld doordraait, of dat nu wel of niet voor jou ook zo is. Je leert om te gaan met je verdriet. Door afleiding af te wisselen met het verdriet in de dagelijkse dingen. Door te zoeken naar wat bij jou past. Wat jouw emoties een beetje tot rust brengt. Op pad gaan, thuis een filmpje kijken, muziek luisteren, buiten zijn of gewoon even helemaal niets doen. Wat geeft je troost?

Nu kan je eindelijk verder. Tenminste dat voel je dan zo. Tegelijkertijd kan je ervaren dat je juist nu in een rollercoaster terecht bent gekomen. Dat er zoveel geregeld moet worden. Dat je nu zelf alle beslissingen moet nemen. Over elk kleinigheidje waar je normaal niet eens over nadacht of waar jullie het samen over hadden.

Kortom wat te doen met die emoties?

Dit zijn maar enkele van de emoties die je kán ervaren. Je rouwt op jouw eigen manier. Dus ervaar je jóuw verlies met jóuw emoties op jóuw manier. Daarin is geen goed of fout. Wat je ook doet of voelt of juist niet, het is goed.  Het is ook normaal dat er meerdere, tegenstrijdige emoties tegelijk kunnen zijn.

Die emoties blijven komen, in de eerste dagen na het overlijden, maar ook de maanden erna, het jaar erop, jaren later nog. Sterk wisselende emoties. Verwachte en onverwachte emoties. Oude en nieuwe emoties. Op verwachte en de meest onverwachte momenten.

Je hebt steeds weer een manier te vinden om met die emoties om te gaan. Je hebt ze te herkennen en te erkennen dat ze er zijn. Door ze aandacht te geven zullen de scherpe randjes er van lieverlee af gaan.

Rouw is een reactie op intens verdriet (geen ziekte of psychische aandoening). Het is een mechanisme om ons te beschermen en tijd te geven om ons aan te passen aan een nieuw leven (iets waar we nu nog het gevoel van hebben dat dat niet gaat lukken.)

Tijdelijk kan je je gevoelens blokkeren en er verstandelijk voor kiezen om je verdriet niet te voelen en gewoon te functioneren. Dit kan tijdelijk maar je lichaam zal dan steeds sterkere signalen af gaan geven om alsnog die gevoelens te ervaren.

Maar uiteindelijk heb je je verdriet te ervaren. Niet je emotie te worden, maar ook niet je emotie weg te duwen. Je maakt jezelf ziek, eenzaam en nog ongelukkiger als je blijft ‘hangen’ in je verdriet.
Want hoe graag we ook willen we kunnen onze emoties niet selectief dempen. Wanneer we pijnlijke emoties willen dempen, dempen we daarmee ook de positieve, fijne en vrolijke emoties.

Geeft je emoties dan ook de aandacht die ze verdienen. Ervaar wat ze je willen duidelijk maken. Doe eventueel wat met die informatie. Laat ze er zijn. Ze gaan ook weer voorbij.