Een dikke druppel rolt langs het raam.
Eenzaam rolt hij van boven naar benee.
Soms komt hij samen met een andere druppel.
Dan weer worden het er toch weer twee.
Eerst, bovenaan, gaat hij nog langzaam.
Steeds sneller komt hij beneden aan.
Alsof hij weg wil rollen van het verdriet.
Gewoon weg wil … daarvandaan.
De druppels, het zijn net tranen.
Tranen van groot verdriet.
En het zijn er met elkaar zó velen.
Een eind aan komen doet het niet.
– Marinka –
