Een speciaal liedje. Een onverwachte ontmoeting. Een vlinder die voorbij fladdert.
Soms lijken het gewone momenten. Tot ze je ineens intens raken.
Het kunnen triggers zijn. Of juist glinsteringen.
Triggers en glinsteringen bestaan vaak naast elkaar.
Dat merkte ik zelf dit jaar. Aan het begin van dit schooljaar zag ik mijn dochter voor het eerst naar de middelbare school fietsen. Op de knalroze fiets van mijn zus. Zelf hadden we er al jaren op gefietst. Wel zo makkelijk, een extra fiets met kinderzitje achterop. En nu mocht zij dus op die fiets. Daar ging ze.
En ineens raakte het me. Dat ik niet met mijn mams kon delen hoe trots ik op mijn dochter was omdat ze alweer naar de middelbare school ging. Want wie is er nou minstens net zo trots? Oma!
En dat mijn dochter nu op die fiets rondfietste. Ergens klopte het gewoon niet. Ik wist dat mijn zus trots zou zijn op haar kleine nichtje rondfietsend op haar fiets. En tegelijkertijd voelde ik me onrustig en opstandig. Zij had gewoon nog op haar eigen fiets moeten fietsen!
Maar zijn er óók andere momenten. Momenten waarop is juist rust en ontspanning ervaar. Als ik terugdenk aan onze vakantie in Oostenrijk voel ik dat meteen weer. Over dat geluksmoment op een balkon in Oostenrijk. Zo’n moment waarop alles even klopte.
Hoe we ons tempo vertraagden. In het hier en nu waren. Zelf weer even kind konden zijn door enthousiast mee te zoeken. En het zien hoe mijn dochtertje genoot tijdens dat zeven op zoek naar goud.
Zij vond haar glinstertje(s). En ik vond mijn glinstering.
Want recent ontdekte ik dat daar binnen de Polyvagaaltheorie een naam voor bestaat: een glinstering.
Polyvagaal theorie
Tijdens een training over deze theorie leerde ik dat glinsteringen helemaal niet groots hoeven te zijn. Sterker nog, juist de kleinste momenten kunnen je zenuwstelsel laten voelen dat het veilig is. De eerste stralen van de ochtendzon. Die fladderende vlinder. De geur van vers gemaaid gras. Je hond die zijn kop op je schoot legt. Simpelweg even stilstaan bij wat er op dat moment wél is.
Waarom is dat eigenlijk zo?
Ons zenuwstelsel scant voortdurend, zonder dat we het merken, of iets veilig of onveilig voelt. Voelt iets onveilig, dan schakelt ons zenuwstelsel automatisch over naar overleven en zet ons aan tot actie (vechten of vluchten) of verlamming (bevriezen).
Een trigger is een signaal waardoor je zenuwstelsel alarm slaat. Je lichaam reageert alsof het gevaar opnieuw dichtbij is. Ze ontregelen je en brengen je uit balans. Je komt in een staat van ‘overleving’ terecht. Dat kan verdriet, spanning, onrust of juist verstarring oproepen.
Een glinstering doet precies het tegenovergestelde. Het is een klein signaal van veiligheid. Iets waardoor je even ontspant, verbinding voelt of weer simpelweg kunt ademhalen. Kleine vonkjes energie. Ze zijn overal, maar in die staat van overleving zien we ze niet.
Triggers kunnen ons in staat van actie of verlamming brengen. Maar glinsteringen kunnen ons weer terug brengen naar die staat van veiligheid en balans.
Uit balans
Zo’n trigger kan je raken en uit balans brengen. Het doet pijn en brengt je in een split second terug naar toen. Naar je gevoelens van verdriet, boosheid en wanhoop misschien wel. En naar het gemis van je dierbare. Die er had moeten zijn maar niet meer is.
Die triggers kunnen gelijktijdig óók momenten van verbondenheid en mooie herinnering zijn. Dat je je blij kunt voelen omdat diegene weer op de voorgrond van je gedachte is gekomen. Sommige mensen ervaren zo’n moment als een teken van hun dierbare. Anderen voelen vooral dat de herinnering weer even heel dichtbij is. Hoe je het ook beleeft, zulke momenten kunnen veel betekenis hebben.
Ze horen bij het leven
Glinsteringen zijn geen manier om verdriet weg te poetsen. Ze vragen je niet om met toxische positivisme en opgewekte blik het leven te bezien. Het is geen kwestie van ‘omdenken’. Verdriet mag er nog steeds zijn. Gevoelens van verdriet en geluk kunnen naast elkaar bestaan.
Juist daarom kan het helpen om jezelf te oefenen in het opmerken van glinsteringen. Het zal je helpen om je naast je verdriet ook weer prettig te kunnen voelen. En ze helpen als ankers voor die momenten waarop je uit balans bent. Ze geven dan houvast omdat je weet dat je ook op moeilijke momenten weer terug kan naar die staat van veiligheid.
En bovendien hoe vaker je je in een staat van veiligheid voelt, hoe meer je zenuwstelsel dat signaal afgeeft omdat je ook vaker je aandacht kan richten op het zien van die glinsteringen.
Zowel triggers als glinsteringen zullen altijd onderdeel blijven van het leven. Ze horen erbij, zeker na een groot verlies. Ze horen bij de liefde die je nog altijd voelt. Want misschien mogen er, naast die pijnlijke momenten, ook steeds meer glinsteringen ontstaan.
Kleine lichtpuntjes. Herinneringen die niet alleen pijn doen, maar ook laten voelen dat liefde niet verdwijnt wanneer iemand overlijdt.
Triggers en glinsteringen staan niet tegenover bij rouw, maar kunnen naast elkaar bestaan.
Misschien is dat wel de grootste kracht van een glinstering: niet dat het het verdriet wegneemt, maar dat het je laat voelen dat er óók nog ruimte is voor rust, verbinding en kleine momenten van geluk.
Lees hier verder Hoe je van glinsteringen koestermomenten kan maken en Een Koestermomentje voor mij.

